De Ondernemingskamer beveelt geen onafhankelijk onderzoek aan naar het beleid van Philips rond de slaapapneu-affaire. De VEB onderzoekt alle mogelijkheden om de belangen van gedupeerde Philips-aandeelhouders te blijven verdedigen.
Volgens de Ondernemingskamer (OK) zijn er onvoldoende aanwijzingen dat de Philips-top is tekortgeschoten in het toezicht op zijn Amerikaanse dochteronderneming Respironics.
Dat heeft de OK zaterdag bekendgemaakt.
De VEB en andere aandeelhouders wilden laten onderzoeken waarom Philips zo laat greep kreeg op de problemen met miljoenen slaapapneu- en beademingsapparaten. Het geluiddempende schuim kon afbrokkelen en mogelijk schadelijke stoffen uitstoten.
Daarbij voerde de VEB onder andere aan dat de interne controlesystemen van Philips niet goed hebben gefunctioneerd, waardoor belangrijke informatie over loslatend schuim en ernstige gezondheidsrisico’s de bestuurlijke top geheel niet of niet op tijd bereikte. Ook verwijt de VEB het bedrijf niet effectief te hebben gereageerd op diverse waarschuwingen van de Amerikaanse toezichthouder FDA.
Controlesystemen
De OK gaat niet mee in die verwijten. De interne systemen van Philips zijn volgens de rechter gebaseerd op internationale standaarden. Ook worden ze gecontroleerd via interne audits. Philips heeft de systemen door de jaren heen verder versterkt.
Beleggers hebben onvoldoende concreet gemaakt welke informatie Philips op welk moment had moeten ontvangen, waar het systeem tekortschoot en wanneer de top had moeten ingrijpen. Volgens de OK staan de diverse FDA-bevindingen over kwaliteitsproblemen bij Philips-onderdelen vast, maar leveren die niet zelfstandig bewijs op van gebrekkige concernsystemen.
De OK concludeert verder dat het Philips-bestuur “pas gedurende de eerste maanden van 2021 voldoende betrouwbare onderzoeksgegevens [had] die wezen op gezondheidsrisico’s” van het in de apneu-apparaten verwerkte schuim. Aanwijzingen dat de top veel eerder op de hoogte was en dit bewust verzweeg, zijn volgens de rechter niet gevonden.
De onderzoeken van ProPublica, NRC en de Pittsburgh Post-Gazette, die in de procedure als bewijsstukken zijn ingebracht, overtuigen de OK niet. Volgens deze media wisten Philips of Respironics al jaren van de gezondheidsrisico’s, maar stelden zij uit commerciële overwegingen een terugroepactie uit. De rechter kan de bronnen achter die conclusies niet controleren en vindt in het dossier dat partijen de OK hebben verstrekt geen steun voor de gepubliceerde informatie.
Philips maakte de problemen op 26 april 2021 openbaar en kondigde op 14 juni 2021 een wereldwijde terugroepactie van de gemankeerde apparaten aan.
In de enquêteprocedure zijn talrijke documenten tussen partijen gewisseld die in totaal vele tienduizenden pagina’s beslaan.
De rechter beoordeelt uitsluitend het beleid van Philips als moedermaatschappij. Fouten bij de Amerikaanse dochter Respironics betekenen niet automatisch dat de concernleiding tekort is geschoten.
Open vragen
Aan een internationaal medisch technologiebedrijf mogen hoge eisen worden gesteld, vindt de OK. Mogelijke gezondheidsrisico’s moeten tijdig en volledig bij de concernleiding belanden. Volgens de rechter voldeden de risico- en kwaliteitssystemen van Philips aan die eis.
De OK houdt wel vragen over. Waarom rapporteerde de interne projectgroep Project UNO niet specifieker over de problemen? En waarom betrok een medisch panel van Respironics in februari 2021 de voorlopige informatie over mogelijk schadelijke gassen niet bij zijn oordeel? Volgens de rechter veranderen die vragen niets aan de conclusie dat de Philips-top niet te laat werd geïnformeerd.
Onvoldoende aanwijzingen
Voormalig topman Frans van Houten zocht in gesprekken met analisten soms wel de optimistische kant van het spectrum op, constateert de OK. De rechter vindt echter onvoldoende aanwijzingen dat zijn uitspraken misleidend waren en daarom een onderzoek rechtvaardigen.
Philips nam in april 2021 een voorziening van 250 miljoen euro. Die liep via vier verhogingen op tot 970 miljoen euro. De OK ziet geen indicaties dat Philips te laat een voorziening trof of beleggers met de latere verhogingen misleidde.
Vervolg
De VEB zal de beschikking nader bestuderen. Dat ook aandeelhouders schade hebben geleden door de apneu-affaire is duidelijk. De VEB blijft opkomen voor de belangen van die beleggers neemt daarbij alle mogelijkheden in overweging.
De VEB houdt beleggers op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen in dit dossier.